Artikel 7:400 BW uitgelegd
De wettelijke omschrijving van de overeenkomst van opdracht
In het kort
Artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek bevat de wettelijke omschrijving van de overeenkomst van opdracht.
Volgens dit artikel verbindt de opdrachtnemer zich tegenover de opdrachtgever om werkzaamheden te verrichten die niet bestaan uit het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren van personen of goederen.
Voor veel zelfstandigen vormt de overeenkomst van opdracht de juridische basis van hun samenwerking met opdrachtgevers.
Of een samenwerking daadwerkelijk als overeenkomst van opdracht wordt aangemerkt, hangt echter niet alleen af van het contract. Ook de uitvoering van de samenwerking en alle relevante feiten en omstandigheden worden daarbij betrokken.
Waarom is dit belangrijk?
Veel zelfstandigen werken op basis van een overeenkomst van opdracht. Daardoor ontstaat soms de indruk dat een overeenkomst met deze titel automatisch bepaalt hoe de samenwerking juridisch wordt gekwalificeerd. Dat is niet het geval.
Artikel 7:400 BW beschrijft het wettelijke kader van de overeenkomst van opdracht. Wanneer later vragen ontstaan over de aard van de samenwerking, wordt niet alleen gekeken naar de tekst van de overeenkomst, maar ook naar de manier waarop partijen hun afspraken daadwerkelijk uitvoeren. De wet vormt daarmee het uitgangspunt. De praktijk laat zien hoe de samenwerking werkelijk is ingericht.
Wat betekent dit in de praktijk?
Een overeenkomst van opdracht wordt gebruikt voor veel verschillende soorten werkzaamheden. Denk bijvoorbeeld aan advisering, consultancy, interim-management, ICT-dienstverlening, coaching of andere professionele diensten.
De overeenkomst beschrijft doorgaans welke werkzaamheden worden verricht, welke afspraken partijen maken en welke verantwoordelijkheden daarbij horen. Tijdens de uitvoering van de opdracht blijft het belangrijk dat de praktijk aansluit bij deze afspraken. Wanneer de dagelijkse samenwerking wezenlijk afwijkt van wat partijen hebben vastgelegd, kan dat gevolgen hebben voor de juridische beoordeling van de arbeidsrelatie. Daarom wordt steeds gekeken naar het geheel van feiten en omstandigheden.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers?
Voor opdrachtgevers vormt artikel 7:400 BW de wettelijke basis voor veel samenwerkingen met zelfstandigen. Een duidelijke overeenkomst helpt om verwachtingen en verantwoordelijkheden vast te leggen.
Daarnaast is het belangrijk om gedurende de opdracht aandacht te houden voor de manier waarop de samenwerking zich ontwikkelt. Wanneer overeenkomst en praktijk op elkaar blijven aansluiten, ontstaat een beter onderbouwd beeld van de gekozen samenwerkingsvorm.
Wat betekent dit voor zelfstandigen?
Voor zelfstandigen laat artikel 7:400 BW zien dat een overeenkomst van opdracht meer is dan een contracttitel. Zelfstandig ondernemerschap wordt niet alleen zichtbaar in de overeenkomst, maar ook in de manier waarop opdrachten worden uitgevoerd en hoe de onderneming wordt gevoerd.
Door bewust aandacht te besteden aan zowel de afspraken als de dagelijkse praktijk ontstaat een duidelijker beeld van de samenwerking.
Artikel 7:400 BW beschrijft de wettelijke basis van de overeenkomst van opdracht. Dat betekent niet dat iedere overeenkomst met deze titel automatisch ook juridisch als overeenkomst van opdracht wordt aangemerkt. De uiteindelijke beoordeling vindt plaats aan de hand van de wet, de rechtspraak en het geheel van feiten en omstandigheden. De overeenkomst is daarom het vertrekpunt van de samenwerking - de dagelijkse praktijk bepaalt of die samenwerking ook bij de gekozen rechtsvorm blijft aansluiten.
Gerelateerde onderwerpen
Artikel 7:400 BW vormt de wettelijke basis voor de overeenkomst van opdracht.
Dit onderwerp komt ook terug in
- ArbeidsrelatietoetsAls wettelijk uitgangspunt voor de beoordeling van de samenwerking
- VerantwoordingsmodelOm gedurende de opdracht vast te leggen dat de praktijk blijft aansluiten bij de gemaakte afspraken